september 2026 De Prinsjesdagplannen samengevat voor werkgevers: 7 wijzigingen in 2027

Prinsjesdag brengt voor werkgevers net even iets meer veranderingen met zich mee dan voor andere belastingplichtigen. Naast wijzigingen in belastingen en premies zijn er ook veranderingen op het gebied van loon, arbeidsongeschiktheid, ontslag en de WW. In deze blog zetten we de 7 belangrijkste wijzigingen waar werkgevers vanaf 2027 rekening mee moeten houden op een rij.

1. Minimumjeugdloon gaat flink omhoog

Zoals eerder aangekondigd gaat vanaf 1 januari 2027 gaat het minimumjeugdloon voor werknemers van 16 tot en met 20 jaar omhoog. De verhoging verschilt per leeftijd. Zo stijgt het minimumjeugdloon voor een 20-jarige van 80% naar 87,5% van het reguliere minimumloon, voor een 19-jarige van 60% naar 75% en voor een 18-jarige van 50% naar 62,5%. Ook voor 16- en 17-jarigen gaat het percentage omhoog. Voor 15-jarigen blijft het percentage gelijk.  

Ook de aparte, lagere staffel voor bbl-studenten verdwijnt. Zij krijgen vanaf 2027 recht op hetzelfde minimumjeugdloon als andere werknemers van dezelfde leeftijd. Vooral werkgevers met veel jonge medewerkers, zoals in de horeca, detailhandel en techniek, kunnen hierdoor met hogere loonkosten te maken krijgen. De verhoging is overigens geen nieuw Prinsjesdagbesluit: het kabinet besloot hier eerder al toe. 

2. De Whk-premie stijgt

In 2027 stijgt de gemiddelde premie voor de Werkhervattingskas (Whk) met 0,15 procentpunt. Het gemiddelde WGA-deel stijgt van 0,96% naar 1,07% en het gemiddelde Ziektewetdeel van 0,56% naar 0,60%. De premie verschilt in de praktijk per werkgever, onder andere op basis van de omvang en het arbeidsongeschiktheidsrisico.   

Normaal gesproken wordt een hogere Whk-premie gecompenseerd via een lagere Aof-premie. Het kabinet kiest ervoor dat bij deze verhoging niet te doen. Voor werkgevers betekent de stijging daardoor per saldo hogere kosten. 

3. Belastingvrije korting op eigen producten verdwijnt

Geef je werknemers korting op producten of diensten uit je eigen bedrijf? Dan kun nu nog gebruikmaken van een aparte gerichte vrijstelling binnen de werkkostenregeling. De korting mag maximaal 20% van de waarde bedragen, tot €500 per werknemer per jaar.  

Vanaf 1 januari 2027 wil het kabinet, zoals eerder al aangekondigd is, deze aparte vrijstelling afschaffen. De personeelskorting zelf hoeft daarmee niet te verdwijnen: je kunt deze bijvoorbeeld onderbrengen in de algemene vrije ruimte van de WKR. Dat gaat dan wel ten koste van de ruimte die je voor andere vergoedingen en verstrekkingen hebt. Zeker voor werkgevers die veel gebruikmaken van personeelskorting is het daarom verstandig om de arbeidsvoorwaarden en beschikbare vrije ruimte opnieuw te bekijken. 

4. Compensatie transitievergoeding blijft een jaar langer bestaan

De plannen voor de verlaging van de transitievergoeding worden gewijzigd. Op dit moment is het zo dat werkgevers onder voorwaarden compensatie kunnen krijgen voor de transitievergoeding die zij betalen wanneer een werknemer na meer dan twee jaar arbeidsongeschiktheid uit dienst gaat. Het kabinet wilde deze compensatieregeling vanaf 1 januari 2027 afschaffen, maar deze wijziging verdwijnt nu dus toch van tafel. In de Miljoenennota wordt die afschaffing een jaar uitgesteld tot 1 januari 2028. Werkgevers kunnen dus in 2027 nog een beroep doen op de regeling, mits zij aan de voorwaarden voldoen. Vanaf 2028 moeten werkgevers volgens het huidige voorstel de transitievergoeding in deze situaties volledig zelf dragen.  Voor werkgevers met langdurig zieke werknemers is dit een belangrijke wijziging. Na twee jaar loondoorbetaling kan een transitievergoeding immers een flinke extra kostenpost zijn.

5. WW-versobering wordt uitgesteld en verlaging maximumdagloon gaat niet door

Ook een aantal andere plannen voor de sociale zekerheid wordt aangepast na kritiek van onder meer vakbond FNV en politieke partij PRO. Zo wilde het kabinet de maximale WW-duur verkorten van 24 naar 12 maanden. Die maatregel wordt met een jaar uitgesteld en moet, als er voldoende politieke steun voor gevonden wordt, nu per 1 januari 2029 ingaan. Andere wijzigingen in de WW, zoals een hogere uitkering in de eerste twee maanden en een tragere opbouw van WW-rechten, staan volgens de huidige plannen vanaf 2030 op de agenda. 

Een andere voorgenomen versobering verdwijnt helemaal. Het kabinet wilde het maximumdagloon voor onder andere de WW, WIA en Ziektewet namelijk met 20% verlagen. Omdat dit maximum ook geldt voor uitkeringen rond zwangerschap en bevalling, kreeg het plan al snel de bijnaam ‘bevalboete’. Ook vrouwen met een hoger inkomen zouden tijdens hun verlof namelijk een lagere maximale uitkering krijgen. Het kabinet schrapt de verlaging nu volledig. Daardoor blijft het huidige maximumdagloon in stand.

6. Pensioenopbouw bij hogere salarissen wordt begrensd

Het maximale salaris waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd, wordt vanaf 2027 zes jaar lang niet meer geïndexeerd. De grens blijft daardoor tot en met 2032 op €137.800, het niveau van 2026. Door de bevriezing zullen de komende jaren steeds meer werknemers met een hoger salaris tegen de grens aanlopen. Voor werkgevers met hoogbetaalde medewerkers kan dit gevolgen hebben voor de pensioenregeling en de manier waarop arbeidsvoorwaarden worden ingericht of uitgelegd. Deze maatregel was al opgenomen in eerdere kabinetsplannen en is dus geen verrassing van Prinsjesdag.

7. Aandelenopties worden aantrekkelijker voor start-ups en scale-ups

Voor start-ups en scale-ups wil het kabinet het aantrekkelijker maken om werknemers te belonen met aandelenopties. Nu kan belasting verschuldigd zijn voordat een werknemer de aandelen daadwerkelijk heeft kunnen verkopen. Dat kan een probleem opleveren: er ontstaat dan wel een belastingrekening, maar nog niet noodzakelijk geld om die te betalen. 

In de nieuwe regeling wordt de belastingheffing uiterlijk uitgesteld tot het moment waarop de aandelen worden verkocht. Daarnaast wordt voorgesteld om slechts 65% van het voordeel in de belastingheffing te betrekken. Daarmee moet medewerkersparticipatie aantrekkelijker worden en moeten start-ups en scale-ups beter kunnen concurreren om personeel. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027.  

De belangrijkste wijzigingen voor werkgevers vanaf 2027 samengevat

Voor werkgevers springt vooral de stijging van de loonkosten in het oog. Het hogere minimumjeugdloon en de hogere Whk-premie kunnen vanaf 2027 rechtstreeks terugkomen in je personeelskosten. Ook de afschaffing van de aparte vrijstelling voor personeelskorting vraagt mogelijk om aanpassing van je arbeidsvoorwaarden of WKR-planning. 

Tegelijkertijd worden verschillende bezuiningsmaatregelen in de sociale zekerheid juist uitgesteld. De compensatie voor de transitievergoeding blijft een jaar langer bestaan, de verkorting van de WW wordt doorgeschoven en de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon gaat helemaal niet door. 

Wil je weten wat de veranderingen voor jouw personeel, loonkosten of salarisadministratie betekenen? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.