januari 2026 Deze wijzigingen gelden in 2026 voor jou als ondernemer

Het nieuwe jaar 2026 brengt meer wijzigingen voor ondernemers dan je misschien denkt. Niet alleen in de belastingen, maar ook op het gebied van personeel, mobiliteit en ondernemen in het algemeen. Denk aan andere belastingtarieven, strengere regels rond zzp’ers, minder fiscale voordelen en nieuwe verplichtingen waar je rekening mee moet houden.

Wat betekenen deze wijzigingen concreet voor jouw inkomen, je bedrijf en je keuzes in 2026? We zetten de belangrijkste veranderingen helder voor je op een rij, zodat je weet waar je op moet letten en waar je eventueel moet bijsturen.

Belastingwijzigingen

In de vennootschapsbelasting (vpb) komen in 2026 geen wijzigingen, maar in de inkomstenbelasting verandert er voor ondernemers wel het een en ander. We leggen hieronder uit wat er vanaf 1 januari verandert.

Box 1 – Werk en woning.

In 2026 worden de grenzen van de belastingschijven in Box 1 verhoogd, maar minder sterk dan je op basis van de inflatie (en de bijbehorende loonstijging) zou verwachten. Dat was een bewuste keuze van het kabinet om ruimte te creëren voor het terugdraaien van de voorgenomen btw-verhoging op media, sport en cultuur.

De schijfgrenzen schuiven dus slechts beperkt omhoog: de eerste schijf loopt tot €38.883 (was €38.441), de tweede schijf van €38.883 tot €79.137 (was €38.441 tot €76.817) en de derde schijf begint straks bij €79.137. Ook de belastingtarieven veranderen licht. Het tarief in de eerste schijf daalt van 35,82% naar 35,70%, wat gunstig is voor lagere inkomens. De tweede schijf stijgt marginaal, van 37,48% naar 37,56%, terwijl de derde schijf ongewijzigd blijft op 49,5%.

Box 2 – Aanmerkelijk belang
Voor ondernemers met een eigen bv of holding blijven de tarieven in box 2 gelijk, maar schuift de grens tussen de eerste en de tweede schijf omhoog. Tot €68.843 geldt het tarief van 24,5%, daarboven geldt het tarief van 31%. In 2025 lag deze grens nog op €67.804.

Box 3 – Vermogen en beleggingen

De eerder aangekondigde aanscherpingen in Box 3 worden grotendeels teruggedraaid. Zo blijft het heffingsvrije vermogen in 2026 ongewijzigd op €57.684 per persoon; de voorgenomen verlaging naar €51.396 gaat niet door. Ook de geplande verhoging van het fictieve rendement op beleggingen en overige bezittingen naar 7,78% wordt geschrapt.

Wel wijzigen de fictieve rendementen licht ten opzichte van 2025. Voor bank- en spaargelden daalt het voorlopige rendement van 1,44% naar circa 1,28%, terwijl het fictieve rendement op beleggingen en overige bezittingen stijgt van 5,88% naar 6,00%. Het fictieve rendement op schulden neemt eveneens iets toe, van 2,62% naar ongeveer 2,70%. Het belastingtarief blijft ongewijzigd: over het berekende rendement wordt 36% belasting geheven.

Box 3 gaat in de toekomst overigens grondig veranderen, maar waarschijnlijk pas vanaf 2028. In deze blog lees je wat er precies gaat veranderen en of het misschien slimmer is om jouw vermogen naar een BV over te brengen. Tot het nieuwe stelsel is ingevoerd, kan je als jouw werkelijke rendement aantoonbaar lager is dan het fictieve rendement op grond van de Overbruggingswet box 3 (OWR) tegenbewijs indienen bij de Belastingdienst. Als je dit met bewijsstukken kunt onderbouwen, betaal je minder belasting. Dit formulier kan je standaard meesturen met je IB-aangifte.

Aftrekposten en kortingen
Ook verschillende aftrekposten en heffingskortingen worden aangepast. De algemene heffingskorting stijgt naar maximaal €3.115, de arbeidskorting naar €5.712, en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) naar maximaal €3.032. De MKB-winstvrijstelling blijft ongewijzigd op 12,7%, net als de startersaftrek. Daar staat tegenover dat de zelfstandigenaftrek opnieuw fors daalt van €2.470 naar €1.200, waardoor zelfstandigen meer belasting gaan betalen.

Personeel

Handhaving schijnzelfstandigheid (Wet DBA)

Ook in 2026 handhaaft de Belastingdienst coulant bij schijnzelfstandigheid. Op aandringen van de Tweede Kamer is de Belastingdienst terughoudender dan aanvankelijk voorgenomen, maar wel strenger dan in 2025. Net als in 2025 worden er nog geen verzuimboetes opgelegd, maar naheffingen van loonbelasting blijven mogelijk met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Bij een vermoeden van schijnzelfstandigheid start de Belastingdienst in principe met een bedrijfsbezoek en een waarschuwing; pas bij zwaardere signalen volgt een boekenonderzoek en eventueel een naheffing. Nieuw is dat vanaf 2026 wél vergrijpboetes kunnen worden opgelegd wanneer sprake is van duidelijke kwaadwillendheid of ernstige nalatigheid. Met deze aanpak wil de Belastingdienst de juiste balans vinden: meewerken met partijen die te goeder trouw handelen, maar wel stevig ingrijpen bij misstanden.

Minder fiscale voordelen voor expats

De regeling voor extraterritoriale kosten (voor buitenlandse werknemers) wordt versoberd. Bepaalde vergoedingen, zoals extra woonlasten of communicatiekosten met het thuisland, mogen vanaf 2026 niet langer onbelast worden uitgekeerd. De populaire 30%-regeling blijft wel bestaan.

Mobiliteit

Geen bijtelling meer voor fiets bij beperkt privégebruik

Bij een bedrijfsfiets die nauwelijks privé wordt gebruikt, geldt vanaf 2026 een bijtelling van 0%. Dat geldt als de fiets hooguit 10% van de tijd bij de werknemer thuis wordt gestald. Deze regel werkt terug tot 2020, waardoor te veel betaalde bijtelling kan worden teruggevraagd. Dit maakt de fiets van de zaak aantrekkelijker voor puur woon-werkverkeer.

Hogere bijtelling elektrische auto

Het belastingvoordeel voor elektrische auto’s verdwijnt grotendeels. Vanaf 2026 geldt een bijtelling van 22%. Dat is hetzelfde percentage als voor brandstofauto’s. Zakelijke rijders die hun elektrische auto privé gebruiken, betalen daardoor meer belasting.

En verder …

Verbod op contante betalingen boven €3.000

Om witwassen te bestrijden wordt het vanaf 2026 verboden om contante betalingen van meer dan €3.000 te doen of te ontvangen bij de handel in goederen. Betalingen moeten dan via traceerbare methoden verlopen, zoals per bankoverschrijving of pinbetaling. Het opsplitsen van transacties om onder de grens te blijven is niet toegestaan.

Verlaging overdrachtsbelasting op beleggingswoningen

Het tarief voor de overdrachtsbelasting bij aankoop van een woning die niet als hoofdverblijf dient, daalt van 10,4% naar 8%. Daarmee wil de overheid investeringen in huur- en beleggingswoningen stimuleren. Voor eigen woningen blijft het tarief 2%, en voor bedrijfspanden 10,4%.

Wijzigingen in de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR/DSR)

Wilt u in 2026 uw bedrijf overdragen? Vanaf 1 januari gelden de gewijzigde Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en Doorschuifregeling (DSR). Sommige eisen zijn versoepeld (bijvoorbeeld rond hoe lang u het bedrijf voor en na overdracht moet voortzetten), en andere faciliteiten zijn juist strenger gemaakt om misbruik te voorkomen. Zo wordt onder andere het begrip ‘preferente aandelen’ uitgebreid, waardoor aandelen met voorrang bij winst of liquidatie vanaf 2026 meestal niet meer onder de BOR/DSR-vrijstelling vallen.

Btw-tarief op logies naar 21%

Voor overnachtingen in hotels, pensions en vakantieaccommodaties geldt vanaf 1 januari het algemene btw-tarief van 21% in plaats van het lage tarief van 9%. De maatregel geldt voor kortdurend verblijf, zoals in hotels, vakantiehuisjes of andere tijdelijke accommodaties.

Wil je meer weten of persoonlijk advies? Neem gerust contact op met Naomi of één van onze andere collega’s.